Medezeggenschapsraad
MR-reglement

 
 

 
 

Paragraaf 1 Algemeen

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

 

Dit reglement verstaat onder:

wet

a.       de wet: de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) (Stb. 2006, 658);

bevoegd gezag

b.      bevoegd gezag: het bestuur van de vereniging tot Stichting en Instandhouding van een School met de Bijbel te Zegveld;

medezeggen-schapsraad

c.       raad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de wet;

school

d.      school: School met de Bijbel ‘Jorai’ te Zegveld;

leerlingen

e.       leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het Primair onderwijs, ingeschreven bij de school;

ouders

f.       ouders: ouders of verzorgers die ouderlijk gezag hebben over leerlingen van de school;

schoolleiding

g.       schoolleiding: de directeur als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, dan wel de adjunct-directeur, die in dienstverband werkzaam zijn aan de school;

personeel

h.      personeel: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school;

geleding

i.        geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet, te weten:

·        personeelsgeleding: leden die uit en door het personeel worden gekozen;

·        oudergeleding: leden die worden gekozen uit en door de ouders;

organisaties

j.        organisaties: verenigingen van personeel, ouders, die tot de betreffende geleding behorende verkiesbare personen onder hun leden tellen, te weten de ouderraad.

 

 

 

Paragraaf 2 De medezeggenschapsraad

 

 

Artikel 2 Medezeggenschapsraad

 

 

Aan de school is een medezeggenschapsraad verbonden. Deze raad wordt rechtstreeks door en uit de geledingen gekozen volgens de bepalingen van dit reglement.

 

 

Artikel 3 Omvang en samenstelling medezeggenschapsraad

 

aantal leden

De raad bestaat uit 6 leden van wie:

a.       3 leden door en uit het personeel worden gekozen; en

b.      3 leden door en uit de ouders worden gekozen.

 

 

Artikel 4 Onverenigbaarheden

 

uitsluitingen

1.      Geen lid van de raad kunnen zijn degenen die deel uitmaken van het bevoegd gezag.

 

2.      Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de raad kan niet tevens lid zijn van de raad.

 

3.      Een personeelslid dat tevens ouder is kan geen deel uitmaken van de oudergeleding van de raad.

 

 

 

Artikel 5 Zittingsduur

 

zittingsduur

1.      Een lid van de raad heeft zitting voor een periode van 3 jaar.

 

2.      Een lid van de raad treedt na zijn zittingsperiode af en is, behoudens het gestelde in het volgende lid, terstond herkiesbaar.

 

3.      Een lid van de raad kan ten hoogste twee maal achtereen gekozen worden en kan ten hoogste 6 jaren onafgebroken deel uitmaken van de raad. Na een onderbreking van minimaal een jaar is betrokkene weer herkiesbaar.

4.      Van de leden van de raad treedt in principe jaarlijks niet meer dan een derde deel af volgens een door de raad op te maken rooster.

 

5.      Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden.

 

6.      Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de raad:

a.       door overlijden;

b.      door opzegging door het lid;

c.       zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding waaruit en waardoor het is gekozen;

d.      door onder curatele stelling.

 

 

 

Paragraaf 3 De verkiezing

 

 

Artikel 6 Organisatie verkiezingen

 

leiding en organisatie verkiezingen

De leiding van de verkiezing van de leden van de raad berust bij de raad. De organisatie daarvan kan de raad opdragen aan een verkiezingscommissie. De raad bepaalt de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van de verkiezingscommissie alsmede de wijze waarop over bezwaren inzake besluiten van de verkiezingscommissie wordt beslist.

 

 

Artikel 7 Datum verkiezingen

 

datum verkiezingen

1.      De raad bepaalt - na overleg met het bevoegd gezag - de datum van de verkiezing, alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming.

 

2.      De raad stelt het bevoegd gezag en de betrokken geleding(en) in kennis van de in het eerste lid genoemde tijdstippen.

 

 

Artikel 8 Verkiesbare en kiesgerechtigde personen

 

actief  kiesrecht

1.      Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeel of ouder zijn, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van respectievelijk de personeelsgeleding of de oudergeleding van de raad indien zij schriftelijk hebben verklaard de grondslag en de doelstelling van de school te respecteren.

passief kiesrecht

2.      Ouders van leerlingen die tot de school zijn toegelaten met toepassing van artikel 58, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 60, eerste lid, Wet op de expertisecentra, kunnen slechts kandidaat worden gesteld voor verkiezing tot lid van de raad, indien zij schriftelijk hebben verklaard de grondslag en de doelstelling van de school te respecteren.

 

3.      De voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, kan slechts worden toegepast, indien zij door of namens het bevoegd gezag voorafgaand aan de toelating aan de betrokkenen bekend is gemaakt.

 

 

Artikel 9 Bekendmaking verkiesbare personen

 

kieslijst

1.      De raad stelt minimaal zes weken voor de verkiezingen een lijst vast welke personen per geleding aftredend en (niet) herkiesbaar zijn en maakt deze lijst bekend aan de ouders en het personeel, onder de vermelding van de mogelijkheid namen van mogelijke kandidaten in te dienen, alsmede van de daarvoor gestelde termijn. Ook de periodieke nieuwsbrief kan voor dit doel worden gebruikt.

2.      Namen van mogelijke kandidaten voor de verkiezing van het deel van de raad, dat uit en door het personeel wordt gekozen, worden ingediend door personeelsleden.
Namen van mogelijke kandidaten voor de verkiezing van het deel van de raad dat uit en door de ouders wordt gekozen, worden ingediend door de ouders.

3.      Tot uiterlijk 4 weken voor de verkiezingsdatum kunnen namen van mogelijke kandidaten schriftelijk en ondertekend bij de raad worden ingediend.

4.      De raad ziet erop toe dat zowel de personen die namen voor mogelijke kandidaten indienen, als de mogelijke kandidaten van wie de namen zijn ingediend, voldoen aan de vereisten van de wet en van dit medezeggenschapsreglement.

5.      Indien een voordracht niet aan de in het vorige lid bedoelde vereisten voldoet, deelt de raad dit onverwijld en onder opgave van redenen mee aan degene(n), die de naam/namen voor de mogelijke kandidaat/kandidaten heeft/hebben ingediend en stelt hem/haar/(hen) gedurende een week na de kennisgeving in de gelegenheid de ingediende voordracht aan de gestelde eisen aan te passen. Indien de voordracht hierna niet aan de gestelde eisen voldoet, verklaart de raad de voordracht ongeldig.

6.      De raad selecteert de meest geschikte kandida(a)t(en) op basis van het aantal voordrachten, kundigheid die nodig is voor de beschikbare functie in de raad, feitelijke beschikbaarheid en belangstelling voor schoolzaken.

7.      De raad maakt uiterlijk twee weken voor de verkiezingsdatum de kandida(a)t(en), eerst aan het bevoegd gezag en daarna aan de ouders schriftelijk bekend. Zowel een enkelvoudige als een meervoudige voordracht is mogelijk voor een verkiesbare plaats.

 

 

Artikel 10 Onvoldoende kandidaten

 

 

1.      Indien er in een geleding (ouders of personeel) onvoldoende namen van kandidaten schriftelijk zijn ingediend dan er zetels in de raad voor die geleding zijn en/of er onvoldoende kandidaten bereid zijn zich verkiesbaar te stellen, stelt de raad het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten daarvan tijdig vóór de verkiezingsdatum in kennis.

 

 

Artikel 11 Verkiezing

 

stemming

1.      De verkiezingen van de oudergeleding en personeelsgeleding van de raad vinden plaats bij geheime, schriftelijke stemming tijdens respectievelijk de jaarvergadering dan wel een teamvergadering.

stembiljet

2.      Er wordt gebruik gemaakt van gewaarmerkte stembiljetten. Op het stembiljet staan per geleding de door de raad voorgedragen verkiesbare kandidaten op alfabetische volgorde vermeld. Bij een enkelvoudige voordracht staat per voordracht per geleding één naam op het stembiljet vermeld in combinatie met een door de kiezer aan te kruisen ja- of neen-vakje.

 

 

Artikel 12 Stemming; volmacht

 

stem-procedure

1.      Een kiesgerechtigde brengt ten hoogste evenveel stemmen uit als er zetels voor zijn geleding in de raad zijn. Op een kandidaat kan slechts één stem worden uitgebracht. Stemming door middel van hand opsteken is niet toegestaan.

volmacht

2.      Een kiesgerechtigde kan bij schriftelijke volmacht met overgave van zijn stembiljet een ander, die tot dezelfde geleding behoort, zijn stem laten uitbrengen. Een kiesgerechtigde kan voor ten hoogste één andere kiesgerechtigde bij volmacht een stem uitbrengen. Een volmacht wordt schriftelijk verstrekt.

geldigheid stemmen

3.      Na het einde van de stemming stelt de raad het aantal geldige stemmen vast dat op iedere kandidaat is uitgebracht.

4.      Ongeldig zijn de stembiljetten:

a.       die niet door of namens de raad zijn uitgereikt;

b.      waaruit niet duidelijk de keuze van de kiesgerechtigde blijkt;

c.       waarop op meer kandidaten een stem is uitgebracht dan er vacatures zijn;

d.      waarop op andere kandidaten een stem is uitgebracht dan door de raad zijn gesteld.

 

 

Artikel 13 Uitslag verkiezingen

 

uitslag verkiezingen

1.      Gekozen zijn per geleding de kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien er voor de laatste te bezetten zetel meer kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben, beslist tussen hen het lot.

2.      Bij een enkelvoudige voordracht is de gestelde kandidaat verkozen indien het aantal ja-stemmers de nee-stemmers overtreft. Staken de stemmen dan beslist tussen hen het lot.

 

3.      De uitslag van de verkiezingen wordt door de raad vastgesteld en schriftelijk bekendgemaakt aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten.

4.      De stembiljetten en de uitslag van de verkiezingen worden door de secretaris van de medezeggenschapsraad bewaard en wel tot het moment waarop de uitslag van de eerstvolgende algemene verkiezingen definitief is geworden.

 

 

Artikel 14 Tussentijdse vacatures

 

tussentijdse vacatures

1.      In geval van een tussentijdse vacature wijst de raad tot opvolger van het betrokken lid de kandidaat uit de desbetreffende geleding aan, die blijkens de vastgestelde uitslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, daarvoor als eerste in aanmerking komt.

 

2.      De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. De raad doet van deze aanwijzing mededeling aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaat.

 

3.      Indien uit een geleding minder kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de raad voor die geleding zijn of indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature(s) voorzien worden door het houden van een tussentijdse verkiezing tenzij er binnen zes maanden algemene verkiezingen plaatsvinden. Bij tussentijdse verkiezingen zijn de artikelen 6 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.

 

 

Artikel 15 Bezwaren verkiezing

 

bezwaren

1.      Tegen een besluit van de raad met betrekking tot:

a.       de bepaling van de datum van de verkiezingen en de tijdstippen van het begin en het einde van de stemming;

b.      de opstelling van de lijst van verkiesbare personen;

c.       de geldigheid van de voordracht als bedoeld in artikel 9;

d.      de geldigheid van een kandidatenlijst;

e.       de vaststelling van de uitslag van de verkiezingen;

f.       de voorziening in een tussentijdse vacature;

kan iedere kiesgerechtigde persoon, alsmede het bevoegd gezag, binnen een week na de bekendmaking van het betreffende besluit schriftelijk bezwaar maken bij de raad.

2.      De raad beslist onverwijld en onder opgave van redenen over dit bezwaar en treft daarbij zo nodig de noodzakelijke voorzieningen.

 

 

 

Paragraaf 4 Algemene taken en  bevoegdheden van de medezeggenschapsraad

 

 

Artikel 16 Overleg met bevoegd gezag

 

overleg bevoegd gezag – MR

1.      Het bevoegd gezag en de raad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de raad, een geleding van de raad of het bevoegd gezag.

overleg bevoegd gezag – geleding

2.      Indien tweederde van de leden van de raad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk.

 

 

Artikel 17 Initiatiefbevoegdheid medezeggenschapsraad

 

initiatiefrecht MR

1.      De raad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende. Hij is bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bevoegd gezag stelt de raad in de gelegenheid deze voorstellen met hem te bespreken

2.      Het bevoegd gezag brengt op deze voorstellen, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de raad.

3.      Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van deze reactie, stelt het bevoegd gezag de raad ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te voeren over de voorstellen van de raad.

 

4.      Indien tweederde deel van de leden van de raad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk.

 

 

Artikel 18 Openheid, onderling overleg en gelijke behandeling

 

openheid/ onderling overleg

1.      De raad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school.

discriminatie/ gelijke behandeling

2.      De raad waakt voorts in de school in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers.

verslag werkzaam-heden

3.      De raad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de geledingen in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan met hem overleg te voeren.

 

 

Artikel 19 Informatieverstrekking

 

algemene informatie-verstrekking

1.      De raad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.

 

2.      De raad ontvangt in elk geval:

begroting

a.       jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;

bekostigings-grondslag

b.      jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ’s Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;

jaarverslag

c.       jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs;

governance

d.      de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;

uitslag klachten-procedure

e.       terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 23 van de Wet op de expertisecentra, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het personeel, ouders en leerlingen;

belonings-verhoudingen

f.       ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar;

beloningen toezicht-houdend orgaan

g.       ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar;

zakelijke gegevens

h.      aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

informeren andere geleding

3.      Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de raad wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding van de raad aangeboden. Daarbij verstrekt het bevoegd gezag de beweegredenen van het voorstel, alsmede de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

 

 

Artikel 20 Jaarverslag

 

jaarverslag MR

De raad stelt jaarlijks een verslag van de werkzaamheden in het afgelopen jaar vast en zendt dit verslag in ieder geval ter kennisneming aan het bevoegd gezag en de schoolleiding. De raad draagt er zorg voor dat het verslag ten behoeve van belangstellenden ter inzage op een algemeen toegankelijke plaats op de school wordt gelegd, dan wel anderszins toegankelijk is.

 

 

Artikel 21 Openbaarheid en geheimhouding

 

openbaarheid

1.      De vergadering van de raad is openbaar, tenzij over individuele personen wordt gesproken of de aard van een te behandelen zaak naar het oordeel van eenderde van de leden zich daartegen verzet.

2.      De raad draagt er zorg voor dat de agenda’s en verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan het bevoegd gezag en ter inzage worden gelegd op een algemeen toegankelijke plaats op de school ten behoeve van belangstellenden.

3.      De raad stelt eventuele geledingenraden ten minste eenmaal per jaar in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren.

persoonlijke belang

4.      Indien bij een vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De behandeling van de desbetreffende aangelegenheid vindt dan plaats in een besloten vergadering.

geheim-houding

5.      De leden van de raad zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in hun hoedanigheid vernemen, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag dan wel de raad hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid meegedeeld.

6.      Degene die de geheimhouding, zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, oplegt, deelt daarbij tevens mede welke schriftelijke of mondelinge verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.

7.      De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de raad, noch door beëindiging van de band van de betrokkene met de school.

 

 

 

Paragraaf 5 Bijzondere bevoegdheden van de medezeggenschapsraad

 

 

Artikel 22 Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad

 

 

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de raad voor elk door het bevoegd gezag voorgenomen besluiten met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:

onderwijs-kundige doel-stellingen

a.       verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school;

onderwijs-plannen

b.      vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling en het zorgplan;

school-reglement

c.       vaststelling of wijziging van het schoolreglement;

ouder-betrokkenheid

d.      vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten door ouders van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs;

veiligheid/ gezondheid/ welzijn

e.       vaststelling of wijziging van regels op  het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en  welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding;

sponsoring

f.       de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 25, onder c van dit reglement en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd;

klachten-regeling

g.       vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling;

overdracht/ fusie

h.      overdracht van de school of van een onderdeel daarvan dan wel fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;

 

Onverminderd de rechten die voortvloeien uit de Wet Medezeggenschap Scholen, geldt ook ten aanzien van de volgende besluiten instemmingsbevoegdheid van de raad:

financieel beleid

i.        vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 25, onder c van dit reglement;

financiële middelen

j.        jaarlijkse vaststelling van de financiële middelen van de raad;

benoeming/ ontslag

k.      vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de aanstelling/ benoeming en het ontslag van de schoolleiding en het overige personeel;

stagiaires

l.        vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs;.

toelatings-beleid

leerlingen

m.    vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot toelating en verwijdering van leerlingen;

ongewenst gedrag

n.      vaststelling of wijziging van beleid tegen ongewenst gedrag in de school;

strategisch beleid

o.      vaststelling of wijziging van strategisch beleid;

ICT-beleid

p.      vaststelling of wijziging van ICT-beleid.

 

 

Artikel 23 Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad

 

 

De raad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over elk door het bevoegd gezag voorgenomen besluit met betrekking tot in ieder geval de volgende aangelegenheden:

ingrijpende wijziging werkzaam-heden

a.       beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;

samenwerking

b.      het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

onderwijs-kundig experiment/ project

c.       deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

organisatie

d.      vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school;

aanstellings- en ontslag beleid i.c.m. grondslag

e.       vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan;

taakverdeling schoolleiding

f.       vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding, alsmede de vaststelling of wijziging van het managementstatuut;

 

 

vakantie-regeling

g.       regeling van de vakantie;

centrale dienst

h.      het oprichten van een centrale dienst;

nieuwbouw/

verbouw

i.        nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school;

onderhoud

j.        vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de school;

geschillen-commissie

k.      aansluiting bij een geschillencommissie.

 

 

Artikel 24 Instemmingsbevoegdheid personeelsgeleding

 

 

Het bevoegd gezag behoeft voorafgaande instemming van dat deel van de raad dat uit en door het personeel is gekozen, voor elk door hem voorgenomen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:

gevolgen
voor personeel

a.       regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 23 in de onderdelen a, b, c, f en h;

formatie

b.      vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie;

nascholing

c.       vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel;

werk- reglement/ werkoverleg

d.      vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden;

verlofregeling

e.       vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel;

arbeids-
en rusttijden-regeling

f.       vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel;

salarissen/ toelagen/ gratificaties

g.       vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel;

taakverdeling/
taakbelasting

h.      vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen;

beoordeling/
 functiebeloning
en differentiatie

i.        vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie;

overdracht bekostiging

j.        vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van de bekostiging;

arbeids-
omstandigheden/
verzuimbeleid

k.      vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid;

bedrijfs-
maatschappelijk werk

l.        vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk

privacy

m.    vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel;

controle

n.      vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel;

promotie/
benoemings-
en ontslagbeleid niet i.c.m. grondslag

o.      vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan;

CAO

p.      vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeen gekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de raad tot stand wordt gebracht;

faciliteiten

q.      vaststelling of wijziging van de regeling inzake de faciliteiten, voor zover die betrekking heeft op het personeel;

personeels-
beleidsplan

r.        vaststelling of wijziging van het personeelsbeleidsplan van de school;

overig

s.       vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot verzilveren, sparen, poolen en overhevelen van formatierekeneenheden.

 

 

Artikel 25 Instemmingsbevoegdheid oudergeleding

 

 

Het bevoegd gezag behoeft  voorafgaande instemming van dat deel van de raad dat uit en door de ouders is gekozen, voor de door hen voorgenomen besluiten met betrekking tot:

gevolgen voor ouders en leerlingen

a.       regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 23, onderdelen a, b, c en h;

grondslag/ omzetting

b.      verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;

ouderbijdrage

c.       vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen wordt gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan;

voorzieningen voor leerlingen

d.      vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van leerlingen;

ouder- en leerlingen-statuut

e.       vaststelling of wijziging van een mogelijk ouder- of leerlingenstatuut;

tussen-schoolse opvang

f.       de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang;

schoolgids

g.       vaststelling van de schoolgids;

onderwijstijd

h.      vaststelling van de onderwijstijd;

privacy

i.        vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders en leerlingen;

buitenschoolse activiteiten

j.        vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag;

informatie

k.      vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders;

faciliteiten

l.        vaststelling of wijziging van de regeling van faciliteiten voor de raad, voor zover die betrekking heeft op ouders;

omstandig-heden

m.    vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de omstandigheden waaronder leerlingen, ouders en vrijwilligers werkzaamheden binnen de school verrichten.

 

 

Artikel 26 Adviesbevoegdheid personeelsgeleding of oudergeleding

 

advies-bevoegdheid

Indien het bevoegd gezag op grond van artikel 24 en 25 voor een te nemen besluit de voorafgaande instemming van een deel van de raad behoeft, wordt het andere deel van de raad in de gelegenheid gesteld over het besluit advies uit te brengen.

 

 

Artikel 27 Overige bijzondere bevoegdheden (deel) medezeggenschapsraad

 

gelijke behandeling

1.      De raad bezit een overeenkomstige bevoegdheid in artikel 12, tweede lid, aanhef en onderdeel d, van de Algemene wet gelijke behandeling, in welk geval artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing is voor wat betreft het onderscheid, bedoeld in die wet of in artikel 646 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit houdt in dat de raad bevoegd is een schriftelijk verzoek in te dienen bij de Commissie Gelijke Behandeling om te onderzoeken of ongeoorloofd onderscheid wordt gemaakt.

arbeids-omstandig-heden

2.      De personeelsgeleding van de raad bezit bevoegdheden inzake de arbeidsomstandigheden in de school/instelling, als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 16 van die wet, krachtens welke de personeelsgeleding van de raad:

a.       rechten en bevoegdheden heeft om invloed uit te oefenen op het te voeren beleid;

b.      rechten en bevoegdheden heeft om van derden (deskundige diensten, Arbeidsinspectie e.d.) dezelfde informatie te ontvangen als de werkgever die relevant is voor het te voeren beleid;

c.       rechten en bevoegdheden heeft om in geval van conflicten een bindende uitspraak te verkrijgen;

d.      rechten en bevoegdheden heeft om gehoord te worden, voordat derden (Arbeidsinspectie) belangrijke beslissingen nemen.

 

 

Artikel 28 Toepasselijkheid bijzondere bevoegdheden

 

 

De artikelen 22 tot en met 26 van dit reglement zijn niet van toepassing:

wet- en regelgeving/

CAO

a.       indien en voor zover de betrokken aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift of een collectieve arbeidsovereenkomst;

individuen

b.      indien en voor zover de betrokken aangelegenheid het individuele personeelslid dan wel de individuele leerling betreft met uitzondering van het voorstel tot benoeming of ontslag van de schoolleiding;

overleg met vakcentrales

c.       indien en voor zover de betrokken aangelegenheid de algemene rechtstoestand van het personeel betreft en daarover overleg wordt gevoerd door het bevoegd gezag in het decentraal georganiseerd overleg;

misbruik van bevoegdheid

d.      wanneer de bevoegdheid voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor zij gegeven is.

 

 

Artikel 29 Geldigheidsduur bijzondere bevoegdheden

 

geldigheids-duur

1.      De geldigheidsduur van de bijzondere advies- en instemmingsbevoegdheden als bedoeld in de artikelen 22 t/m 26 bedraagt, voor zover zij afwijken van de bijzondere advies- en instemmingsbevoegdheden van de wet, ten hoogste twee jaren. Zodra de termijn van twee jaren is verstreken, gelden van rechtswege weer de bevoegdheden ingevolge de artikelen 10 t/m 13 van de wet.

verlenging

2.      De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan telkens worden verlengd met ten hoogste twee jaren, indien het bevoegd gezag en ten minste tweederde van het aantal leden van de raad daartoe besluiten ten aanzien van alle of een aantal van de in het eerste lid eerste volzin, bedoelde bevoegdheden.

3.      Een besluit als bedoeld in het tweede lid, wordt in een gezamenlijke schriftelijke verklaring van bevoegd gezag en ten minste tweederde van het aantal leden van de raad vastgelegd. De verklaring vermeldt de duur van de verlengingsperiode en de bevoegdheden waarop de verlenging betrekking heeft. De verklaring wordt toegevoegd aan het medezeggenschapsreglement.

 

 

Artikel 30 Termijnen

 

reactietermijn

1.      Het bevoegd gezag stelt de raad of die geleding van de raad die het aangaat een termijn van zes weken waarbinnen een schriftelijke standpunt uitgebracht dient te zijn over de voorgenomen besluiten met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 22 tot en met 26 van dit reglement.

termijn verlengen

2.      De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het bevoegd gezag per geval, op gemotiveerd verzoek van de raad dan wel die geleding van de raad die het aangaat, worden verlengd.

termijn verkorten

3.      In spoedeisende gevallen kan het bevoegd gezag de raad verzoeken binnen een kortere termijn dan de in het eerste lid bedoelde het schriftelijke standpunt uit te brengen. Tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten stemt de raad daar mee in.

geen reactie

4.      Indien de raad dan wel dat deel van de raad gekozen door de geleding die het aangaat, niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet verlenen van instemming, wordt de raad geacht het eens te zijn, respectievelijk in te stemmen met het aan de raad voorgelegde voorgenomen besluit.

opschortende werking school-vakanties

5.      De schoolvakanties hebben een opschortende werking voor de in het eerste lid genoemde termijn.

 

 

 

Paragraaf 6 Inrichting en werkwijze medezeggenschapsraad

 

 

Artikel 31 Verkiezing voorzitter en secretaris

 

functies in de MR

1.      De raad kiest uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter en een secretaris, van wie de taakomschrijving door de raad wordt vastgesteld.

optreden in rechte

2.      De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de raad in rechte.

 

 

Artikel 32 Uitsluiting van leden van de medezeggenschapsraad

 

verplichtingen

1.      De leden van de raad komen de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen na.

nalatigheid

2.      De raad kan tot het oordeel komen, dat een lid van de raad de in het eerste lid bedoelde verlichtingen niet nakomt, indien het betrokken lid:

a.       hetzij ernstig nalatig is in het naleven van de bepalingen van de wet en van het medezeggenschapsreglement;

b.      hetzij de plicht tot geheimhouding schendt over gegevens waarvan hij/zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden;

c.       hetzij een ernstige belemmering vormt voor het functioneren van de raad;

d.      hetzij opgehouden heeft te voldoen aan het vereiste als bedoeld in artikel 8 lid 2.

procedure

3.      In geval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan

a.       de raad met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal leden besluiten het betreffende lid te wijzen op zijn verplichtingen dan wel het desbetreffende lid te verzoeken zich terug te trekken als lid van de raad.

b.      de geleding, waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, met een meerderheid van ten minste tweederde besluiten het lid van de raad uit te sluiten van de werkzaamheden van de raad voor de duur van ten hoogste drie maanden.

 

4.      De raad pleegt ingeval van het in het tweede lid bedoelde oordeel en ingeval van een voornemen als bedoeld in het derde lid zoveel als mogelijk overleg met de geleding waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van gegevens.

5.      Een in het tweede lid bedoeld oordeel wordt schriftelijk aan het betrokken lid kenbaar gemaakt.

 

6.      Een in het derde lid bedoeld besluit kan niet worden genomen, dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld schriftelijk kennis te nemen van de tegen hem ingebrachte bezwaren en tevens in de gelegenheid is gesteld zich daartegen te verweren, waarbij hij zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman.

 

 

Artikel 33 Indienen agendapunten door personeel en ouders

 

verzoek personeel/ ouders

1.      Het personeel dan wel de ouders van de school kunnen de secretaris schriftelijk verzoeken een onderwerp of voorstel ter bespreking op de agenda van een vergadering van de raad te plaatsen.

agenda

2.      De secretaris voert overleg met de voorzitter en informeert de aanvrager of het onderwerp of voorstel al dan niet ter bespreking op de agenda wordt geplaatst, alsmede wanneer de vergadering zal plaatsvinden.

reactie

3.      Binnen een week nadat de vergadering heeft plaatsgevonden, stelt de secretaris degenen, die een verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingediend, schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de bespreking van dat onderwerp of voorstel door de raad

ouderraad

4.      De ouderraad is bevoegd om desgevraagd, of uit eigener beweging, advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad met name over die aangelegenheden die ouders in het bijzonder aangaan

 

 

Artikel 34 Raadplegen personeel en ouders

 

achterban-raadpleging

1.      De raad dan wel een geleding van die raad kan besluiten, alvorens een besluit te nemen met betrekking tot een voorstel van het bevoegd gezag over de aangelegenheden, zoals bedoeld in artikel 22 tot en met 26 van dit reglement, het personeel en de ouders dan wel de afzonderlijke geledingen over dat voorstel te raadplegen.

verzoek

2.      Op verzoek van eenderde deel van het personeel of 10% van de ouders raadpleegt de raad dan wel een geleding van die raad, alvorens een besluit te nemen, het personeel en/of de ouders van de school over een voorstel, zoals bedoeld in het eerste lid.

kennisgeving aan bevoegd gezag

3.      Het voornemen voor het houden van een raadpleging wordt onverwijld ter kennisneming van het bevoegd gezag gebracht.

raadpleging ouderraad

4.      De ouderraad kan de medezeggenschapsraad of de oudergeleding van advies dienen over alle zaken waarover de medezeggenschapsraad het bevoegd gezag van advies moet dienen of waarmede (een deel van) de raad op grond van het medezeggenschapsreglement dient in te stemmen. Dit geldt met name voor die aangelegenheden die de ouders in het bijzonder aangaan.

 

 

Artikel 35 Huishoudelijk reglement

 

 

1.      De medezeggenschapsraad stelt, met inachtneming van de voorschriften van het medezeggenschapsreglement en de wet, een huishoudelijk reglement vast.

 

2.      In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval geregeld:

a.       de taakomschrijving van de voorzitter en secretaris;

b.      de wijze van bijeenroepen van vergaderingen;

c.       de wijze van opstellen van de agenda;

d.      de wijze van besluitvorming;

e.       het quorum dat vereist is om te kunnen vergaderen.

 

3.      De medezeggenschapsraad zendt een afschrift van het huishoudelijk reglement aan het bevoegd gezag.

 

 

 

Paragraaf 7 Regeling (andere) geschillen

 

 

Artikel 36 Aansluiting geschillencommissie

 

geschillen-commissie

1.      De school is aangesloten bij de landelijke commissie voor geschillen.

regeling geschillen

2.      Voor de regeling van geschillen wordt verwezen naar de Wet medezeggenschap scholen.

 

 

Artikel 37 Andere geschillen

 

bestaande commissie

1.      Andere geschillen dan genoemd in artikel 31 van de wet worden voorgelegd aan een aan de school of organisatie verbonden commissie ter behandeling van geschillen, klachten of bezwaren, die het geschil zoveel als mogelijk is in overeenstemming met het eigen reglement behandelt en een niet-bindend advies uitbrengt.

geen reactie op initiatief

2.      Indien het bevoegd gezag niet in overeenstemming met artikel 6 lid 2 van de wet binnen drie maanden een reactie heeft uitgebracht op een door de raad gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 16, eerste lid, kan de raad binnen twee weken na het verstrijken van de termijn de in lid 1 bedoelde commissie verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen het bevoegd gezag alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.

geen motivatie

3.      Indien het bevoegd gezag naar het oordeel van de raad een niet of onvoldoende met redenen omklede reactie heeft uitgebracht op een door de raad gedaan voorstel of kenbaar gemaakt standpunt als bedoeld in artikel 17, eerste lid van dit reglement, kan de raad de reactie ter beoordeling aan de in lid 1 bedoelde commissie en deze verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen het bevoegd gezag alsnog een zodanige reactie dient uit te brengen.

geen overleg

4.      Indien het  bevoegd gezag geen overleg heeft gevoerd als bedoeld in artikel 17, eerste lid van dit reglement, kan de raad binnen twee weken na het verstrijken van de termijn de in lid 1 bedoelde commissie verzoeken een termijn te bepalen waarbinnen het overleg alsnog plaatsvindt.

 

 

 

Paragraaf 8 Optreden namens het bevoegd gezag

 

 

Artikel 38 Lid van de schoolleiding voert overleg

 

overleg namens bevoegd gezag

1.      De besprekingen met de raad worden namens het bevoegd gezag gevoerd door de directeur.

2.      Bij ontstentenis van de directeur zullen de besprekingen worden gevoerd door een ander lid van de schoolleiding, door hem of door of vanwege het bevoegd gezag aan te wijzen.

ontheffing van overlegtaak

3.      De directeur kan het bevoegd gezag verzoeken hem geheel of gedeeltelijk te ontheffen van zijn taak om de besprekingen te voeren. Het verzoek is met redenen omkleed.

4.      Indien tweederde deel van het aantal leden van de raad daartoe instemt, kan de raad het bevoegd gezag verzoeken de directeur (of zijn/haar vervanger) geheel of gedeeltelijk te ontheffen van zijn taak om de besprekingen te voeren. Het verzoek is met redenen omkleed.

 

5.      Het bevoegd gezag verleent de in het vorige lid bedoelde ontheffing:

a.       indien de directeur (of zijn/haar vervanger) in redelijkheid niet geacht kan worden in het algemeen de besprekingen te voeren dan wel,

b.      indien de directeur (of zijn/haar vervanger) in redelijkheid niet geacht kan worden de besprekingen over één of meer aangelegenheden te voeren.

 

6.      Het bevoegd gezag besluit zo spoedig mogelijk over het verzoek en stelt de raad schriftelijk in kennis van zijn besluit. De ontheffing is voor bepaalde tijd en kan alle of alleen bepaalde gevallen betreffen. Het besluit is met redenen omkleed.

 

 

 

Paragraaf 9 Faciliteiten

 

 

Artikel 39 Algemene faciliteiten t.b.v. de medezeggenschapsraad

 

vergader-faciliteiten

1.      Ten behoeve van hun vergaderingen kan de raad in overleg met de daartoe aangewezen functionaris beschikken over vergaderruimte, overige vergaderfaciliteiten (koffie, thee, drankjes, versnaperingen) en kopieerfaciliteiten.

kostenraming

2.      Op basis van een activiteitenplan en kostenraming wordt in de begroting van de school jaarlijks een bedrag gereserveerd voor deskundigheidsbevordering van de leden van de raad en raadpleging van deskundigen, inclusief juridische bijstand. Beschikbaarstelling vindt plaats na overlegging van een offerte of factuur.

niet voor kosten bevoegd gezag

3.      Het in het vorige lid genoemde bedrag heeft geen betrekking op raadpleging van deskundigen, inclusief juridische bijstand, van bestuurszijde.

geen stuwmeer

4.      Wanneer het bedrag als bedoeld in lid 2 niet geheel wordt gebruikt in het kalenderjaar waarop het in de begroting was opgenomen, kan het in het daaropvolgende jaar worden besteed, met dien verstande dat wanneer het totale bedrag meer dan twee maal het jaarbedrag is geworden het overige terugvloeit in de middelen van de school.

achterban-raadpleging

5.      Wanneer (een geleding van) de raad een achterbanraadpleging wenst te houden stelt het onverwijld het bevoegd gezag daarvan in kennis. Het bevoegd gezag stelt faciliteiten daarvoor ter beschikking.

publicatie-middelen

6.      De raad kan in overleg met een eventuele redactie gebruik maken van de binnen de school gebruikelijke publicatiemethoden (publicatieborden, schoolkrant, internetsite, intranet).

 

 

Artikel 40 Faciliteiten t.b.v. het personeel

 

faciliteiten personeel

Voor het personeel dat zitting heeft in de raad worden faciliteiten in de vorm van uren beschikbaar gesteld, conform wat daarover is afgesproken in de CAO.

 

 

Artikel 41 Faciliteiten t.b.v. ouders

 

onkosten-vergoeding ouders

1.      Voor ouders die zitting hebben in de raad wordt een onkostenvergoeding ter beschikking gesteld om aantoonbare en noodzakelijke uitgaven te dekken.

verblijfskosten

2.      Onder de in lid 1 bedoelde onkosten vallen in elk geval reis- en verblijfskosten, die zullen worden vergoed conform wat in de CAO voor het personeel is vastgelegd.

 

 

 

Paragraaf 10 Overige bepalingen

 

 

Artikel 42 Medezeggenschapsstatuut

 

Medezeggen-schapsstatuut

Met het bepaalde in de artikelen 21, 30, 33, 34 en 38 t/m 41 wordt geacht te zijn voorzien in het door de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) vereiste medezeggenschapsstatuut.

 

 

Artikel 43 Rechtsbescherming

 

geen nadeel (gewezen) MR-lid

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de personen die staan of gestaan hebben op een lijst van kandidaat gestelde personen als bedoeld in artikel 9 van dit reglement, alsmede de leden en de gewezen leden van de raad niet uit hoofde daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school.

 

 

Artikel 44 Wijziging reglement

 

wijziging reglement

Het bevoegd gezag legt elke wijziging van dit reglement als voorstel voor aan de raad en stelt het gewijzigde reglement slechts vast voor zover het na overleg al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste tweederde deel van het aantal leden van de raad heeft verworven.

 

 

Artikel 45 Citeertitel; inwerkingtreding

 

 

Dit reglement kan worden aangehaald als: Medezeggenschapsraadreglement school met de Bijbel ‘Jorai’ te Zegveld.

Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 september 2007.
Per juni 2011 wordt dit reglement met twee jaar verlengd.